Skip to article frontmatterSkip to article content
Site not loading correctly?

This may be due to an incorrect BASE_URL configuration. See the MyST Documentation for reference.

Waxinekaarsje

Als je een waxinekaarsje aan steekt en er een glas overheen zet, zal het kaarsje uit gaan. Als je dat waxinekaarsje laat drijven op water terwijl je er het glas er overheen zet, zal het water in het glas stijgen. Op het internet zwerven er verschillende verklaringen voor dit fenomeen rond.

  1. Het kaarsje verbruikt zuurstof, waardoor er een vacuüm ontstaat en het water omhoog wordt gezogen.

  2. Het kaarsje verwarmt de lucht in het glas, waardoor de lucht uitzet. Wanneer de kaars dooft koelt de lucht af waardoor de druk afneemt en er water omhoog wordt gezogen.

  3. Bij het verbranden van de kaars ontstaan er waterdamp en koolstofdioxide. De waterdamp condenseert aan de binnenkant van het glas, waardoor er minder gas in het glas is en de druk afneemt. Hierdoor wordt het water omhoog gezogen.

Onderzoek welke verklaring het meest waarschijnlijk is en leg uit waarom de andere verklaringen minder waarschijnlijk zijn.

Om dit te onderzoeken, hebben we een schaal met water gevuld. In dit water hebben we een brandend waxinelichtje gezet. Daarna hebben we een lege buis op deze kaars geplaatst. We zagen dat de kaars langzaam doofde, er wat damp aan de randen ontstond, de kaars langzaam opsteeg en er daarna nog meer water werd aangezogen. De kaars is 4.7125 centimeter gestegen. De diameter van de buis was 4.9325 centimeter, dus het volume van het water is: pi*(4.93250.5)^24.7125 = 90.0483 cm^3. De druk in de buis is dus afgenomen.

Als de kaars uitgaat, koelt de lucht af. Daardoor daalt de druk. De buitendruk, die hoger is, zorgt er dan voor dat er water wordt aangezogen.De tweede verklaring is dus het meest waarschijnlijk.

De eerste verklaring is minder waarschijnlijk, omdat de CO2 die gevormd wordt en de waterdamp die ontstaat, ook ruimte inneemt. Bovendien wordt er pas water omhoog gezogen nadat de kaars is gedoofd. De afkoeling van de lucht heeft dus meer invloed op de drukverandering dan de verbranding.

De derde verklaring is minder waarschijnlijk dan de tweede, maar meer waarschijnlijk dan de eerste, omdat condensatie maar om een paar druppels water gaat. De afname van gassen door afkoeling is vele malen groter, dus dit is maar een deel van de verklaring. Wederom is een ontkrachting hier dat het water pas meerendeels stijgt na het doven van de kaars. Als condensatie grootendeels de verklaring zou zijn, zou het water meer moeten stijgen voordat de kaars dooft.